woensdag 17 november 2010

Quilotoa

In de gauwte, en los van de chronologische volgorde, nog wat foto-herinneringen van een driedaagse trektocht door de hoogvlakten van de Andes, als voorbereiding voor mijn Cotopaxi-avontuur. Stilletjes en onterecht verdwenen in de schaduw van de Cotopaxi, maar ongetwijfeld een van de mooiste wandeltochten uit mijn leven: drie dagen de weg verliezen tussen pieken en dalen, verdwaalde lama's en authentieke Quichua-dorpjes. Oja, terloops ook nog even fonetisch engels gegeven in het lokale schooltje van Guantualo - "Good morning titsjer" "how a yu" en "vewy good vewy good" - en cuy gegeten (i.e. guinea pig, en vers, het beest leefde een half uur eerder nog) in Guayama.

Cuenca

Een slapeloze nachtbus voert me van Latacunga naar Cuenca, koloniale parel van Ecuador op 2500 m. hoogte. Aankomst half zeven zaterdagochtend, de stad druilt in grijs en nat en en ziet er - net als alle steden in de regen - mistroostig uit. Ik dwaal zonder bestemming (en mét ochtendhumeur) door de straten en zoek vruchteloos de eerste koffiedamp en onderdak. Pas om acht wordt mijn wens vervuld met twee empanadas con queso, een met moederlijke liefde geroerd ei en een vakkundig ingeschonken cafe con leche. Anderhalve dollar aan oerdegelijk ontbijt later is mijn humeur enigzins bijgestuurd. Toch plan ik niet langer dan twee dagen in deze grauwe stad te blijven.
Zeven dagen later. Cuenca, nog steeds. Ik heb hier een week 'gewoond' en ik zou hier gerust nog een maand (of langer) kunnen blijven. De avond van de eerste dag loop ik voorbij een galerij, kijk eens door het vensterraam, en Gustavo - schilder, 66 jaar - sleurt me, grenzeloos gastvrij, naar binnen. De volgende zes dagen heb ik doorgebracht tussen felle kleuren, ambitieuze ideeën, slierten rook, stapels boeken, poëten en zonen van, wereldkoks, gitaristen zonder snaren, toogfilosofen, echte koffie, valse picasso's, kunsthandelaars, wereldverbeteraars, modeontwerpers, cubaanse sigaren, gebroken Engels en gelijmde harten.
Van Cuenca zelf heb ik, eerlijk gezegd, niet veel gezien. Het blijkt de moeite, ik moet dus maar eens terugkomen.

vrijdag 12 november 2010

Cumbre o muerte: Cotopaxi

De voorbije twee dagen heb ik volledig besteed aan het bedwingen van 5897 meter vulkaan en het lijden van kou en pijn. Maar het was het allemaal meer dan waard. Om u wat mee te laten genieten (zonder kou en afzien, dus niet écht genieten, maar toch) geef ik hieronder een exacte copie van mijn reisdagboek. Aldus:

10/11 Latacunga -> Cotopaxi
Samen met Math en Hayden (australische lotgenoten) doe ik inkopen voor onze trip: 2l water, Gatorade en tonnen chocolade. Materiaal heb ik niet, maar wordt voorzien door Volcan Tours Expeditions. Om 11 a.m. dagen de gidsen - Paul en Julio - op, en wordt al het gerief op de afgeleefde Nissan-jeep geladen. We rijden richting Cotopaxi en onderweg overlopen Julio en Paul scheldwoorden in alle mogelijke europese talen. Ik leer hen wat bij en we lachen goed. Eens aangekomen trekken we onze uitrusting aan en stijgen we twee uur lang tot op 4810 meter, waar de refugio zich bevindt. We eten rap en trekken erop uit om de crampons (klimijzers) en ijsbijl te leren gebruiken. We slaan een andesvos en een prachtige zonsondergang gade, genieten een laatste avondmaal en kruipen, 7 p.m. - opgefokt en nerveus - de donzen slaapzak in.

11/11 Cotopaxi
0:00 a.m., ofte middernacht: opstaan! Drie lagen broek, vier lagen bloes, jas, buff, muts, Petzl, twee lagen kous in nét iets te kleine schoenen, 2 lagen handschoen en een rugzak vol moed.
Met hoofdpijn (van de hoogte allicht) aan de ontbijttafel. Ik eet wat cornflakes met yoghurt, al is dit eerder het uur van bier en kebab. En dan naar buiten, waar groepjes Petzl elkaar deels verlichten en alles op een geheimzinnige samenzwering lijkt: we zullen deze machtige vuurspuwer in zijn slaap verrassen om zo bij het eerste ochtendlicht een heroïsche geut whisky door onze bevrozen strotten te jagen, op het op één na (Chimborazo) dichtste punt bij de zon (al is dat dan deels de verdienste van een niet perfect ronde aardbol).
1:15 a.m.: Langzaam maar zeker zigzaggen we de eerste driehonderd meter naar boven, en zuigen we pas na pas zoveel mogelijk ijle lucht in onze longen. Aangekomen bij de voet van de gletsjer trekken we verder met stijgijzers aan de zolen en ijsbijl in de hand, over crevassen (gletsjerspleten) zonder bodem, ijsbruggen, paadjes op voetbreedte langs grijnzende afgronden en steile klimmen zonder einde. Ik plof de pinnen onder mijn voeten zo hard ik kan in de bevrozen sneeuw en schakel over op automatische piloot (en 4wd). Het is hard - maar daar denken we niet aan - en het wordt alleen maar zwaarder (steiler en ijler) naarmate we de top naderen. Op zo'n 100 meter klimmen van de hoofdprijs meent Julio (gids) dat ik er nog te levend uitzie om de top te bereiken, en besluit hij mijn uithouding en vertigo op proef te stellen. We wijken af van de gewone route, waar iederen, centimeter per centimeter, zijn vermoeide lijf naar boven sleept, en nemen een shortcut: een - bijna verticale - ijswand van zo'n 20 meter. Instructies: ijsbijl crampon links crampon rechts, ijsbijl crampon links crampon rechts, enzovoorts. In de blauwe schijn van de eerste zon - die nog ergens onder de wolken schuilt - klauter ik met mijn laatste krachten naar boven. Eens boven zoek ik vijf minuten hijgend zuurstof. En we trekken verder. Nog een half uur. Mijn lichaam volgt mijn voeten en mijn ogen zien slechts sneeuw en de hielen van Julio, die rustig verder stapt en me af en toe aanspoort met de woorden "cumbre o muerte".
6:00 a.m.: En dan de top. Goddank Pachamama! Goddank Julio! Ik absorbeer het uitzicht gulzig en voldaan. En dan de Whisky. Een slok voor Hayden, een slok voor mij, een slok voor de gidsen, en een gulle geut in de sneeuw, voor Pachamama. En voor Matthew, die halverwege moest afhaken. We zien de krater en de (lagere) pieken die ons omringen. We staan op de hoogste nog actieve vulkaan van Latijns Amerika. En daar horen foto's bij. En een vreemde euforie.

6:30 a.m.: De terugweg en het daglicht tonen ons een hele andere berg. Stalagmieten en tieten en hompen gletsjer in de verte. De steile stukken lijken nu nog steiler en zelfs de zon vindt de bodem van de crevassen - bij nachte overbrugd - niet. Hoopjes avondmaal, links en rechts, getuigen van de velen die de top niet zagen, en wanneer, in de verte, de refugio uit de wolken opdoemt, versnelt de drang naar hete koffie mijn pas, en holt mijn uitgeputte hoopje lichaam richting blokhut.
8:00 a.m.: Aankomst in refugio. Een bed nu, en snel!