maandag 17 januari 2011

Rurre

Met de magen nog binnestenbuiten van het nieuwjaarsgelag, vertrokken we halsoverkop richting wildernis. Vierhonderd kilometer, uitgesmeerd over zo'n twintig uur bus, onverharde wegen en schrikwekkende afgronden. We kwamen er met de schrik van af, shaken, not stirred, en zeiknat van de warme vochtigheid. Daar stonden we dan, in Rurre: twee vrolijke westvlamingen (Boer Bart en bevallige wederhelft Annebel, Poperinge reprezent!), twee losgeslagen leuvenaars (oude bekenden -dadisuwetendazostinkt- Jeffe & chifachifachifa-Chrisse, excuseert!), en -iedereen geparkeerd?- ´t Stad (dreadlockrasta Els en ikzelf): het zou wel slechte reality-tv kunnen zijn. En de eerste muggen sloegen reeds genadeloos toe. In dat geval zit er volgens Bear Grylls niets anders op dan zich volledig met modder in te smeren. Zo gezegd, zulks gedaan:



En dan een trip door jungle en pampas. Beesten, insecten, warm en véél nattigheid. Naast de integrale collectie Ikea-kamerplanten, zagen we onder meer een tapir, een honderdtal wilde zwijnen, capibara´s, een handvol roze rivierdolfijnen (lees ruggen van), ontelbaar veel onbekende vogels, schildpadden en meer wild vlees. We zwommen onbevreesd tussen de krokodillen*, en hielden, zoals aanbevolen, flink ons eigen water op. Bij een candiru heeft niemand baat. Toen de negenenvijftigste "stinky turkey" ons niet echt meer kon boeien en armen en benen twee centimeter dikker stonden van beten allerhande, keerden we verzadigd weer richting de betonnen jungle van La Paz. Sommigen per vliegtuig, de echte harde rakkers, uiteraard, wederom per bus.




* bij wijze van spreken, mama

Cusco, Camino del Inca

Cusco is een van die steden met een haast magnetische aantrekkingskracht. Uit dezelfde schuif als Cuenca dus, dagen bouwen met goede koffie en nog betere boeken. Vargas Llosa, in dit geval, omdat de man net een Nobelprijs Literatuur in zijn borstzak heeft mogen schuiven, en omdat we toch ook weer niet zó ver van zijn geboorteplaats (Arequipa), verwijderd waren. Daarnaast bestonden er ook nog twee dagen integraal uit soep. Twee keer veertig liter, om precies te zijn, waarmee we (soepmeester Aiden en ikzelf) dan de twee avonden voor 25 december tien keer zoveel campesinos gelukkig (en een gezelschap kippen ongelukkig) mee maakten. Kerst o kerst.
De enige boodschap in dit relaas, is dat ik eigenlijk gewoon veel te lang in gezellig Cusco gebleven ben, waardoor ik last-minute, in de pleurende regen en initieel dik tegen mijn goesting naar het obligate Machu Picchu moest spurten. Maar het was, zelfs zeiknat, de moeite waard.

En nu in de rapte naar La Paz, alwaar een Belgische delegatie op mij wacht in nieuwjaarsoutfit.



maandag 3 januari 2011

Arequipa y Colca Cañon. Camino del Condor.

Arequipa, Ciudad Blanca. Dag één gevuld met citytrippen en gehakt (rocoto relleno, especialidad local).
Dag twee het echte werk, richting Colca Cañon: de beloofde machtige condor blijft uit, maar het gemis wordt verzacht met cactussen, warmwaterbronnen bij nachte, paradijslijke oases, zinderende hitte, vette views en verse vis in de (betwistbaar) diepste canyon ter wereld. Oja, een decadent Peruviaans buffet ter afsluiting niet te vergeten.