maandag 27 december 2010

Camino de Arena: Ica, Huacachina

Zand kruipt waar het niet gaan kan, vooral in Huacachina dan. Desalniettemin, sandboarden is vetstrak! Een uur naar boven ploegen, blakke zon, mul zand, plank waxen en in vijf minutos naar beneden knallen! Snowboarden zonder skilift, sneeuw en kou dus. In zwembroek. Een zonsondergang met zand in de ogen is eens wat anders, en met zand op de maag hoeft après-skiën ook niet echt. In de zinderende hitte van de woestijndag rest ons niets dan zwembadliggen, milkshaken en niksdoen. Maar tegen de avond schieten we in actie. Met 400 pk aan zandbuggy vliegen we door de duinen, tot we net geen zand ophoesten en onze schoenen vijf keer zwaarder wegen.
Busgewijs smokkelen we 20 kilo zand naar Arequipa, straatwaarde onbekend.

maandag 20 december 2010

Paracas & Islas Ballestas

Na een week metropolen te Lima, wijst de tripstick richting Paracas, waar de Islas Ballestas op ons liggen te wachten. Bijgenaamd 'the poor man's Galapagos', nemen de Islas maar een milde hap uit ons budget: voor een bescheiden 35 Nuevo Soles worden we in een overvol geladen speedboot gepropt en planeren we richting pinguins, zeehonden, pelikanen en torens vogelstront (guano, ooit voornaamste exportproduct van Peru). Een tweetal uur 'ooh' en 'aah' later, staan we weer aan wal. Op naar de duinen van Huacachina, Ica.

maandag 13 december 2010

Huarazzz, Santa Cruz Trek

Tijd voor nog eens een échte wandeling. Met ruim geschat twintig kilo aan voer en gehuurd kampeergerief op de rug, trekken we de Cordillera Blanca in om de Santa Cruz Trek aan onze schoenzolen te lappen. Vier uur benen-in-nek-bus brengt ons tot Cashapampa, het vertrekpunt van de trek. Drie dagen lang worden we geteisterd door sandflies (jeuk jeuk jeuk) en nattigheid, maar ons lijden wordt meer dan beloond met uitzichten op verlaten valleien, wilde paarden, vreemde vogels, in mist gesluierde pieken en gevandaliseerde sanitaire aangelegenheden.
Letterlijke topper van de driedaagse: Punta Union, bergpas op 4760 meter, alwaar we na een klim van 500 meter verwend worden met een uniek uitzicht op een azuurblauw gletsjermeer en een terugblik op de doorkruiste canyon.
Ik werd trouwens plots een jaar ouder, aldaar in de bergen. Mijn hoogste verjaardag totnogtoe (4250 m. AMSL), werd gevierd met al dente fusilli onder een saus van ketchup en tonijn, gevolgd door een energierijke vezelbar in een jasje van chocolade. En wees gerust, er werd ook geklonken: voor minder dan in gletsjerwater gekoelde champagne wissel ik vanaf nu niet meer van leeftijd!



P.s.: Credits to Chrisse voor alle Fish-eyes en deel van het overige beeldmateriaal!

woensdag 8 december 2010

Camino de la luna: Chiclayo, Chachapoyas, Trujillo

Nadat we (i.e. zoons van Stella Jef & Chris) de rit in een loeihete nachtbus from hell (benen in de nek, bilspieren verkrampt, omringd door in zweetvijvers badende moddervette ziektekiemverspreidende Peruvianen) nipt overleefd hebben, komen we bij ochtendgloren aan in Chiclayo. Een geflipte voodoomarkt (u koopt hier onder meer gedroogde leguaan om reuma te verdrijven) houdt ons een tweetal uur zoet, waarna we zwervergewijs rust inhalen op het kerkplein, in afwachting van de volgende - en alstublieft betere - nachtbus, bestemming Chachapoyas.
Jawel, business class dit keer, zoete dromen tot in Chacha. Bij aankomst zoeken we het goedkoopste hostel: schurftige bedden voor 15 Soles en het onderscheid tussen douche en WC ambigu. Een ochtendlijke powernap later staan we weer scherp (al beginnen de moddervette ziektekiemen hun tol te eisen). Cultuur nu!
Een metroseksuele gids leidt ons met tea-time Engels rond in de ruines van Kuelap, voormalige (6de eeuw) Chachapoya-indianen-hoofdstad. Veel stenen, weinig stad, maar dankzij de nodige verbeelding en een tijdige dosis Immodium, een geslaagde schoolreis.



Dag 2 in Chacha, Smos Natuur graag! Een dag wandelen wordt beloond met kikkerperspectief op 771 meter aan (derde hoogste) waterval (ter wereld) en een koppel felrode Cock-of-the-Rock Tunki's (Peru's nationale vogel). Uitgeput en op een dieet van droge crackers en Immo kruip ik de zoveelste nachtbus in. Business class is vanaf nu de regel, zijn meerprijs waard!



De nachtbus dropt ons in Trujillo, kuststad. Samen met nog twee britten happen we toe op een (eigenlijk te toeristisch) aanbod: taxichauffeur rijdt gringo's rond van ruïne naar ruïne voor 20 Soles p.p. Hoogtepunt: Chan Chan, eens imposant hoofdkwartier van de Chimu-indianen (850 n.Chr.), door de Inca's veroverd in de vijftiende eeuw, door de tand des tijds belaagd de vijfhonderd jaren daarna.
Laatste stop van de tour: Huanchaco, bescheiden vissersdorpje met bezaaid met "caballitos de totora", traditionele - nog steeds gebruikte - vissersbootjes. Er wordt ceviche (rauwe vis in limoensaus) gegeten - ik, daarentegen, zweer bij droog brood met Immodium, strandgewandeld, zon gevangen, en Chris slaat met kinderlijk enthousiasme een dode zeeleeuw in mekaar op zoek naar souvenirs. Ook deze dag eindigt met nachtbus, en dit keer hopen we aan te komen in Huaraz, het zelfverklaarde Zwitserland van Peru.

Que te vaya bien, Ecuador: Vilcabamba

Laatste dagen Ecuador doorgebracht in Vilcabamba, Hostel Izhcayluma, een door Duitsers gerund backpackers-resort met piekfijn zwembad en dito restaurant (Wurst und Sauerkraut aan Minimalpreis), private hangmatten, massages voor geteisterde spieren en zonovergoten uitzichten. Door iedereen on the road warm aanbevolen, maar net iets te comfortabel voor mijn goed geweten. Een toeristenfort als het ware, en ik identificeerde me na dag twee al met de rode dikke zwetende en moeizaam hijgende Britten die rond het zwembad kropen. Tijd om door te gaan, aldus.



Dan de grens over, bij nachte en te bus, bureaucratie om drie en vervolgens nog een paar uur slaap tot in Lelijk Piura. Vaarwel Ecuador, vaarwel canelazo, vaarwel ongegeneerd tunen (Not A Crime in Ecuador) en almuerzo's voor 2 USD, vaarwel te kleine bussen, gedaag cumbia, tot ziens met-elektrische-boilers-half-verwarmde-electrocutiegevaarlijke-douches.
Hello Peru, hello opdringerige taxichauffeurs, rauwe vis, paparazzerende - "gringo gringo" - schoolmeisjes en Pisco sour cocktails!
Eerste stop: Máncora, wederom toeristenfort, maar dit keer van een ander kaliber. Zwartgeblakerde luidruchtige sixgepackte Bruce's en Brians (Amerikaanders en Aussies) met megacoole zwembroeken en überstrakke zonnebrillen liggen hip en onweerstaanbaar sexy te wezen langs het ovale zwembad. Ik kwam hier om te surfen, ving de eerste ochtendgolven (6 a.m.) en de laatste deining (6 p.m.), terwijl respectievelijk, de Bruce's - fles in de hand - pas richting bed kropen en de Brians reeds aan de bar hingen. Drie dagen later, zout op de lippen, zoek ik - met twee compatriotten Leuvenaars - kouder oorden op. Adiós Máncora!

woensdag 17 november 2010

Quilotoa

In de gauwte, en los van de chronologische volgorde, nog wat foto-herinneringen van een driedaagse trektocht door de hoogvlakten van de Andes, als voorbereiding voor mijn Cotopaxi-avontuur. Stilletjes en onterecht verdwenen in de schaduw van de Cotopaxi, maar ongetwijfeld een van de mooiste wandeltochten uit mijn leven: drie dagen de weg verliezen tussen pieken en dalen, verdwaalde lama's en authentieke Quichua-dorpjes. Oja, terloops ook nog even fonetisch engels gegeven in het lokale schooltje van Guantualo - "Good morning titsjer" "how a yu" en "vewy good vewy good" - en cuy gegeten (i.e. guinea pig, en vers, het beest leefde een half uur eerder nog) in Guayama.

Cuenca

Een slapeloze nachtbus voert me van Latacunga naar Cuenca, koloniale parel van Ecuador op 2500 m. hoogte. Aankomst half zeven zaterdagochtend, de stad druilt in grijs en nat en en ziet er - net als alle steden in de regen - mistroostig uit. Ik dwaal zonder bestemming (en mét ochtendhumeur) door de straten en zoek vruchteloos de eerste koffiedamp en onderdak. Pas om acht wordt mijn wens vervuld met twee empanadas con queso, een met moederlijke liefde geroerd ei en een vakkundig ingeschonken cafe con leche. Anderhalve dollar aan oerdegelijk ontbijt later is mijn humeur enigzins bijgestuurd. Toch plan ik niet langer dan twee dagen in deze grauwe stad te blijven.
Zeven dagen later. Cuenca, nog steeds. Ik heb hier een week 'gewoond' en ik zou hier gerust nog een maand (of langer) kunnen blijven. De avond van de eerste dag loop ik voorbij een galerij, kijk eens door het vensterraam, en Gustavo - schilder, 66 jaar - sleurt me, grenzeloos gastvrij, naar binnen. De volgende zes dagen heb ik doorgebracht tussen felle kleuren, ambitieuze ideeën, slierten rook, stapels boeken, poëten en zonen van, wereldkoks, gitaristen zonder snaren, toogfilosofen, echte koffie, valse picasso's, kunsthandelaars, wereldverbeteraars, modeontwerpers, cubaanse sigaren, gebroken Engels en gelijmde harten.
Van Cuenca zelf heb ik, eerlijk gezegd, niet veel gezien. Het blijkt de moeite, ik moet dus maar eens terugkomen.

vrijdag 12 november 2010

Cumbre o muerte: Cotopaxi

De voorbije twee dagen heb ik volledig besteed aan het bedwingen van 5897 meter vulkaan en het lijden van kou en pijn. Maar het was het allemaal meer dan waard. Om u wat mee te laten genieten (zonder kou en afzien, dus niet écht genieten, maar toch) geef ik hieronder een exacte copie van mijn reisdagboek. Aldus:

10/11 Latacunga -> Cotopaxi
Samen met Math en Hayden (australische lotgenoten) doe ik inkopen voor onze trip: 2l water, Gatorade en tonnen chocolade. Materiaal heb ik niet, maar wordt voorzien door Volcan Tours Expeditions. Om 11 a.m. dagen de gidsen - Paul en Julio - op, en wordt al het gerief op de afgeleefde Nissan-jeep geladen. We rijden richting Cotopaxi en onderweg overlopen Julio en Paul scheldwoorden in alle mogelijke europese talen. Ik leer hen wat bij en we lachen goed. Eens aangekomen trekken we onze uitrusting aan en stijgen we twee uur lang tot op 4810 meter, waar de refugio zich bevindt. We eten rap en trekken erop uit om de crampons (klimijzers) en ijsbijl te leren gebruiken. We slaan een andesvos en een prachtige zonsondergang gade, genieten een laatste avondmaal en kruipen, 7 p.m. - opgefokt en nerveus - de donzen slaapzak in.

11/11 Cotopaxi
0:00 a.m., ofte middernacht: opstaan! Drie lagen broek, vier lagen bloes, jas, buff, muts, Petzl, twee lagen kous in nét iets te kleine schoenen, 2 lagen handschoen en een rugzak vol moed.
Met hoofdpijn (van de hoogte allicht) aan de ontbijttafel. Ik eet wat cornflakes met yoghurt, al is dit eerder het uur van bier en kebab. En dan naar buiten, waar groepjes Petzl elkaar deels verlichten en alles op een geheimzinnige samenzwering lijkt: we zullen deze machtige vuurspuwer in zijn slaap verrassen om zo bij het eerste ochtendlicht een heroïsche geut whisky door onze bevrozen strotten te jagen, op het op één na (Chimborazo) dichtste punt bij de zon (al is dat dan deels de verdienste van een niet perfect ronde aardbol).
1:15 a.m.: Langzaam maar zeker zigzaggen we de eerste driehonderd meter naar boven, en zuigen we pas na pas zoveel mogelijk ijle lucht in onze longen. Aangekomen bij de voet van de gletsjer trekken we verder met stijgijzers aan de zolen en ijsbijl in de hand, over crevassen (gletsjerspleten) zonder bodem, ijsbruggen, paadjes op voetbreedte langs grijnzende afgronden en steile klimmen zonder einde. Ik plof de pinnen onder mijn voeten zo hard ik kan in de bevrozen sneeuw en schakel over op automatische piloot (en 4wd). Het is hard - maar daar denken we niet aan - en het wordt alleen maar zwaarder (steiler en ijler) naarmate we de top naderen. Op zo'n 100 meter klimmen van de hoofdprijs meent Julio (gids) dat ik er nog te levend uitzie om de top te bereiken, en besluit hij mijn uithouding en vertigo op proef te stellen. We wijken af van de gewone route, waar iederen, centimeter per centimeter, zijn vermoeide lijf naar boven sleept, en nemen een shortcut: een - bijna verticale - ijswand van zo'n 20 meter. Instructies: ijsbijl crampon links crampon rechts, ijsbijl crampon links crampon rechts, enzovoorts. In de blauwe schijn van de eerste zon - die nog ergens onder de wolken schuilt - klauter ik met mijn laatste krachten naar boven. Eens boven zoek ik vijf minuten hijgend zuurstof. En we trekken verder. Nog een half uur. Mijn lichaam volgt mijn voeten en mijn ogen zien slechts sneeuw en de hielen van Julio, die rustig verder stapt en me af en toe aanspoort met de woorden "cumbre o muerte".
6:00 a.m.: En dan de top. Goddank Pachamama! Goddank Julio! Ik absorbeer het uitzicht gulzig en voldaan. En dan de Whisky. Een slok voor Hayden, een slok voor mij, een slok voor de gidsen, en een gulle geut in de sneeuw, voor Pachamama. En voor Matthew, die halverwege moest afhaken. We zien de krater en de (lagere) pieken die ons omringen. We staan op de hoogste nog actieve vulkaan van Latijns Amerika. En daar horen foto's bij. En een vreemde euforie.

6:30 a.m.: De terugweg en het daglicht tonen ons een hele andere berg. Stalagmieten en tieten en hompen gletsjer in de verte. De steile stukken lijken nu nog steiler en zelfs de zon vindt de bodem van de crevassen - bij nachte overbrugd - niet. Hoopjes avondmaal, links en rechts, getuigen van de velen die de top niet zagen, en wanneer, in de verte, de refugio uit de wolken opdoemt, versnelt de drang naar hete koffie mijn pas, en holt mijn uitgeputte hoopje lichaam richting blokhut.
8:00 a.m.: Aankomst in refugio. Een bed nu, en snel!

vrijdag 29 oktober 2010

Den beginne




Twee weken zwerf ik al rond in Ecuador, dat in omvang misschien stilletjes verdwijnt tussen grote broers - hoewel, zo hecht zijn de familiebanden niet - Colombia en Peru, maar qua verscheidenheid van landschap/vierkante meter zeker uitblinkt. Het is hier prachtig, en er is o-zo-veel te doen. Zó veel dat ik nog niet aan deftig schrijven toegekomen ben, en zó zo veel dat ik zelfs nu niet mijn volledige verhaal kan doen. Ik vertrek over een uurtje naar Pambilinho in Mashpi, een project voor ecologische landbouw en conservatie van tropisch woud. Ik zal er (minstens) een week lang mee houten huisjes bouwen en bananen en yukka planten.


Hopelijk speken de foto`s voor zich. Meer gepeperde avonturen over een week.


Gegroet,


Joris (wat eveneens de naam van een lokale droge worst blijkt te zijn, hoezee)