Een slapeloze nachtbus voert me van Latacunga naar Cuenca, koloniale parel van Ecuador op 2500 m. hoogte. Aankomst half zeven zaterdagochtend, de stad druilt in grijs en nat en en ziet er - net als alle steden in de regen - mistroostig uit. Ik dwaal zonder bestemming (en mét ochtendhumeur) door de straten en zoek vruchteloos de eerste koffiedamp en onderdak. Pas om acht wordt mijn wens vervuld met twee empanadas con queso, een met moederlijke liefde geroerd ei en een vakkundig ingeschonken cafe con leche. Anderhalve dollar aan oerdegelijk ontbijt later is mijn humeur enigzins bijgestuurd. Toch plan ik niet langer dan twee dagen in deze grauwe stad te blijven.
Zeven dagen later. Cuenca, nog steeds. Ik heb hier een week 'gewoond' en ik zou hier gerust nog een maand (of langer) kunnen blijven. De avond van de eerste dag loop ik voorbij een galerij, kijk eens door het vensterraam, en Gustavo - schilder, 66 jaar - sleurt me, grenzeloos gastvrij, naar binnen. De volgende zes dagen heb ik doorgebracht tussen felle kleuren, ambitieuze ideeën, slierten rook, stapels boeken, poëten en zonen van, wereldkoks, gitaristen zonder snaren, toogfilosofen, echte koffie, valse picasso's, kunsthandelaars, wereldverbeteraars, modeontwerpers, cubaanse sigaren, gebroken Engels en gelijmde harten.
Van Cuenca zelf heb ik, eerlijk gezegd, niet veel gezien. Het blijkt de moeite, ik moet dus maar eens terugkomen.
Schitterend verhaal Joris. Ik hoop dat je nog veel avonturen beleefd op je reis!
BeantwoordenVerwijderenDudy bellissimo! Totally you om nen oude arty farty schilder artist fartist anarchist te moete en beste vriende te worde! I hope he did not take your lana ytinigriv! Zo zie je maar weer, als is een stad lelijk als de nacht, in een klein verborgen huisje bevindt zich vaak de pracht (Peeters, 2010).
BeantwoordenVerwijderenTi amo, es en mi curaçon!