maandag 21 februari 2011

Curitiba

Vanuit Foz do Iguazú trok ik onverwacht dieper Brazil in. Omdat Curitiba er zo schoon uitzag in de boekskes. En om mijn portuñol te oefenen. Dat portuñol geraakt bij aankomst in Curitiba al meteen aan de klap met een tabakproducerend heerschap, wiens bescheiden fabriekje ik al tiro mag bezoeken. Met een onvervalste pijp en een portie chocoladetabak van het huis in de hand, begeef ik me weer in de gonzende hitte van deze onbekende stad. Algauw vind ik onderdak en verfrissing in Cafe Machu Picchu, waar tl-buizen het daglicht verdrijven en doorleefde ellebogen aan het toogvinyl kleven. Ik raak aan de praat met uitbater en toogvader Shoko, die het net zo goed zou doen in Café Jozef (Astridplein, A'pen), en maak van de Machu mijn stamkroeg voor één week. Climax vrijdagavond 23:00 u.: overgespierde veteraan van 69 jaar scheurt zwalpend en met oerkreet hemd van imposante borstkas, terwijl een halve zonnebril zijn scheve neus flatteert en dames van veel vlees en (allicht meer) plezier gratieloos hun prooien binnenhalen over de gehele lengte van de toog. In een andere hoek speelt een kale man met baard een kabbelend melodietje op gitaar, dat genadeloos verkracht wordt door een dikke rockliefhebber met mondharmonica.
Kost en inwoon worden voorzien door de uitermate sympathieke schrijver-polyglot Maikon, die mij naast een sleutelbos ook nog een tweewieler toeschuift. Daarvan maak ik enthousiast gebruik om deze met kunst, architectuur en groen gedrapeerde grootstad te ontdekken. Ik heb de smaak van Brazilië te pakken, en trek na een kleine week verder richting het zonovergoten eiland Florianópolis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten